Videocast: de staat van de Brabantse economie in coronatijd 

Bedrijven maken zich zorgen, maar dat zie je niet terug in hun prestaties’. Aan het woord is een positief realistische Miriam Dragstra, CCO van de BOM. In deze videocast laat ze haar licht schijnen over de Brabantse economie nu de coronacrisis in Nederland over haar hoogtepunt heen lijkt. Wat zijn de inzichten, vooruitzichten, risico's en remedies? Waar ontstaan nieuwe businessmodellen en welke kenmerken hebben ze? Maar ook, wat is het belang van focus; ook voor de BOM. 

Het is zo’n 4 maanden geleden dat Brabant op slot ging, hoe is de stemming nu? 

‘Je ziet dat veel bedrijven zich zorgen maken. Aan de andere kant zie je dat nog niet echt terug in de prestaties die ze laten zien. Dus ja, er zijn zorgen, het verschilt ook wel een beetje per branche, maar de paniek die we in het begin voelden, die heeft zich nog niet echt gematerialiseerd in slechte resultaten. En daarmee lijkt het alsof we ook weer allemaal hoopvol naar de toekomst zijn.’ 

Veel van die bedrijven behoren tot de portfolio van de BOM, hoe is de schade daar? 

‘Dat is een beetje hetzelfde beeld. Overall valt de schade tot nu toe mee. Maar allerlei instituten die er veel meer verstand van hebben dan ik, voorspellen dat we nog een terugval gaan ervaren in de economie, zeker op internationaal vlak. Brabant is natuurlijk sterk internationaal georiënteerd, dus dan gaan er nog hele grote klappen komen. Maar op dit moment valt het binnen onze portefeuille nog heel erg mee. Wat niet wil zeggen dat er geen problemen zijn.’ 

Wat heeft de BOM gedaan tot dusver om deze bedrijven te helpen?

‘We zijn natuurlijk begonnen met praten, luisteren, ophalen en kijken waar we ondernemers bij konden helpen. Maar we hebben natuurlijk ook programmatisch een aantal dingen aangepakt. We hebben een Corona Impact Scan ontwikkeld om bedrijven te helpen scherp te krijgen waar nou echt hun probleem zit.
En we hebben het Corona Rebuild Program ontwikkeld om hen ook te helpen bij het nadenken over nieuwe businessmodellen en maatregelen die ze kunnen treffen. We hebben webinars georganiseerd, bijvoorbeeld voor onze internationale ondernemingen, die natuurlijk niet zo makkelijk toegang kunnen vinden tot de maatregelen waar zij een beroep op kunnen doen, de overheidsmaatregelen.’  

‘Last but not least hebben we een extra financieringsregeling kunnen arrangeren. De COL, de Corona-OverbruggingsLening, dat hebben we met de ROM’s gezamenlijk gedaan. Met TechLeap samen, hebben we al vrij snel geconstateerd dat we iets extra’s moesten doen voor de vroege fase ondernemingen. Want deze groep kan geen beroep doen op al die regelingen die al bedacht waren.’ 

Bedrijven zijn blij met die steun, ook met de snelheid waarmee die wordt geregeld. Maar er zijn ook zorgen over misbruik van deze ruimhartige regelingen. Hoe voorkom je dat nou? 

‘Je kunt het natuurlijk nooit helemaal voorkomen. De vraag is hoeveel wil je investeren in het voorkomen van enig misbruik en hoelang gaat dat dan duren? Wat kost het? Daar worden andere ondernemingen dan weer de dupe van.’ 

‘Als ik kijk naar hoe wij nu omgaan met de Corona-OverbruggingsLening -het is een overbruggingslening, en hij moet écht terug- dan zullen we er alles aan doen om te zorgen dat het geld terugkomt. Dit betekent ook dat we een heel kritisch en evenwichtig proces hebben ingericht om dat te kunnen beoordelen.’ 

‘Van alle aanvragen die we krijgen is tot nu toe een derde goedgekeurd. Dat betekent dus dat twee derde helaas afvalt. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat de liquiditeitsproblemen die de onderneming heeft, helemaal niet door de crises komen, maar omdat er eigenlijk al iets anders aan de hand was. Dan kwalificeert men zich dus niet voor zo’n lening. Het kan ook zijn dat we weinig vertrouwen hebben in de terugbetaalcapaciteit. Of wij denken dat de voorspelde  omzet niet gehaald gaat worden, of dat er geen vervolgfinanciering gaat komen. We dagen de ondernemer uit en we dagen onszelf uit. En uiteindelijk nemen we een weloverwogen beslissing. Dat moet ook, want we hebben natuurlijk niet genoeg geld om iedereen te bedienen. Dus we zullen ook echt relevante keuzes moeten maken. We denken dat we daarmee misbruik kunnen voorkomen.’ 

Heb je ook een beeld van wat er is gebeurd met de bedrijven die uiteindelijk geen beroep hebben kunnen doen op de COL? 

‘Ja, er zijn een paar ondernemingen die geen beroep hebben kunnen doen op de COL. Het is goed om te realiseren dat het gaat om geoorloofde staatssteun. Dat betekent dat we ons strikt aan de voorwaarden moeten houden. Als een onderneming niet voldoet aan de voorwaarden, maar het is wel een zeer relevant bedrijf dan kijken we of we uit onze eigen middelen die onderneming ook kunnen helpen. Een enkele onderneming zal het hiermee dus ook gewoon niet redden. En dat is heel verdrietig om te zeggen, maar daar kunnen wij dan op dit moment niets aan doen. In ieder geval niet met staatssteun. 

We zoomen even uit naar de Brabantse economie. Hoe schat je de vooruitzichten in? 

‘Als je alleen naar het nationaal speelveld kijkt, dan lijkt het redelijk goed te gaan. Maar we zijn een internationale speler op een internationale markt. Het hangt dus ook af van mogelijke tegenvallers waar de rest van de wereld nog mee te maken krijgt.’ 

‘Om een voorbeeld te noemen, er lopen veel handelsstromen met China. Omdat wij inmiddels ervaring hebben met het Chinese nieuwjaar, waren veel van de Brabantse ondernemingen al voorgesorteerd en hadden al extra inkopen gerealiseerd. Daarmee konden we dus redelijk vooruit toen daar de lockdown begon. Nu is de vraag, blijft China open of zal het met de problemen die we dan nu weer zien toch weer stagneren.’ 

‘Misschien nog een ander punt. Als je naar de portfolio kijkt van de BOM, zie je dat veel van onze ondernemingen goed gefund zijn. We hadden veel grote investeringsrondes op de rol staan met onze partners in de investmentwereld. Die hebben we goed kunnen invullen. De vraag is even hoe het nu in de portefeuilles van die andere fondsen gaat en of zij bereid blijven om mee te investeren in de komende rondes, of dat zij hun middelen beschikbaar moeten houden voor andere gevallen in de portefeuille. Dat is nog even onzeker. Die inschatting kunnen we nu nog niet maken.’ 

Zou het kunnen dat de crisis ook voor nieuwe kansen heeft gezorgd? 

‘Ja, dat zie je zeker. Je ziet natuurlijk dat hele specifieke vraagstukken rondom de mondkapjes en de anderhalve-meter-economie mensen heel creatief heeft gemaakt. Denk ook aan het fenomeen van thuiswerken en het hele fenomeen van minder reizen, de reiswereld die op slot zit. Wat betekent dat voor ondernemingen?’ 

‘Je ziet dat men in staat is om op een andere manier te kijken naar sales, distributeurs, nieuwe klantgroepen en digitale verkoop. Ik heb nu geleerd dat in B-to-B een digitale manier van sales en marketing heel goed mogelijk is. Dus ja, ik zie wel degelijk dat het ook nieuwe kansen geeft. Bewustwording over impact, bewustwording over een duurzame economie maakt dat bedrijven -de goede onder hen- opnieuw kijken naar hun businessmodel. En ik zie daar ook heel veel mooie nieuwe kansen uitkomen.’ 

Kom je op dit moment nog bedrijven tegen die hindernissen ervaren?

‘Ja, die hindernissen zitten dus vooral in de in- en uitgaande internationale stromingen. Blijf ik mijn keten op orde houden, dat is de vraag. Blijven we zakendoen met het buitenland? Wanneer gaan landen weer open? En hoe zit het met de funding? Zijn investeerders bereid om in deze onzekere tijden toch door te investeren of reserveren ze al hun middelen voor mogelijke andere uitdagingen in hun portefeuilles? Daar zitten met name de onzekerheden.’ 

Als je kijkt naar de BOM voor en na corona. Waar zitten dan de verschillen? 

Ja, wat dat betreft zie je bij de BOM wat je natuurlijk bij heel veel ondernemingen ziet. We zijn echt in staat geweest om heel snel om te turnen naar een digitale onderneming. De crisis heeft ons ook geleerd dat we niet altijd hoeven te reizen en overal moeten zijn om toch in verbinding te zijn. Het heeft ons ook geleerd dat we een enorme power hebben en een enorme drive en flexibiliteit om heel snel op problemen in te springen, oplossingen te bedenken en ze ook nog eens goed kunnen executeren. De crisis heeft ons een heleboel energie gegeven.’  

Dat gaat vooral over de manier waarop we werken. Wordt de focus ook verlegd? 

‘Ik denk dat de focus, die wij voor onszelf al steeds meer aanbrengen, in deze periode verder versterkt is. Daarmee bedoel ik dat we de impactkant van ons werk; de keuzes die we maken en impact die we daarmee willen realiseren, nog belangrijker wordt. Dat is natuurlijk een trend waar we al een aantal jaren op gericht zijn. Het is ook duidelijk een boodschap in ons nieuwe meerjarenplan: impact first. Het moet economisch én maatschappelijk duurzaam zijn. En het liefst wil je met je economische activiteiten de maatschappelijke opgaves nog veel verder oplossen. Wij zien dat de creativiteit en de professionaliteit in deze organisatie daar nog veel meer voor wordt ingezet dan in het verleden. In die zin geloof ik zeker dat de crisis eraan heeft bijgedragen dat onze focus nog scherper is komen liggen.’