Toevoegen aan mijn verslag

Statutaire regeling inzake de bestemming van het resultaat

Artikel 4.1 Winst en verlies, uitkeringen op aandelen

4.1.1. Indien en voor zover het bestuur niet besluit tot gehele of gedeeltelijke reservering van de winst die in het laatst verstreken boekjaar is behaald, is de algemene vergadering bevoegd tot bestemming van de winst die door de vaststelling van de jaarrekening is bepaald dan wel bepaling van de wijze waarop een tekort zal worden verwerkt alsmede tot vaststelling van tussentijdse uitkeringen uit de winst of uitkeringen uit de reserves voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet moeten worden aangehouden. Een besluit tot uitkering uit de winst of reserves is onderworpen aan de goedkeuring van het bestuur. Het bestuur weigert slechts de goedkeuring indien het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Indien bij de bestemming van de winst geen besluit over uitkering of reservering van winst tot stand komt wordt de winst waarop het voorstel betrekking heeft, gereserveerd.

4.1.2. Bij de berekening van de verdeling van een uitkering tellen de aandelen of certificaten van aandelen die de vennootschap houdt niet mee, tenzij op zodanige aandelen of certificaten van aandelen een recht van vruchtgebruik of een pandrecht rust ten behoeve van een ander dan de vennootschap ten gevolge waarvan het winstrecht toekomt aan de vruchtgebruiker of pandhouder.

Bij de berekening van het bedrag dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd wordt slechts het bedrag van de opgevraagde en geëffectueerde stortingen op het nominale bedrag van de aandelen in aanmerking genomen. Van het bepaalde in de vorige zin kan telkens met instemming van alle aandeelhouders worden afgeweken.

4.1.3. Ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor zover de wet dat toestaat.

4.1.4. Uitkeringen zijn opeisbaar op de dag welke het bestuur bepaalt.

4.1.5. Uitkeringen welke niet binnen vijf jaren en een dag waarop zij opeisbaar zijn geworden, in ontvangst zijn genomen, vervallen aan de vennootschap.

4.1.6. De algemene vergadering kan besluiten dat uitkeringen geheel of gedeeltelijk in een andere vorm dan in geld zullen worden uitgekeerd.