Versnelde duurzame energietransitie

De Provincie heeft in 2016 het Uitvoeringsprogramma Energie vastgesteld, met als doel in de komende jaren de Energieagenda 2010-2020 te versnellen en een energietransitie op gang te brengen door middel van een substantiële vergroting van de duurzame energieproductie en -voorziening in Brabant. Een transitie die zal leiden tot een forse CO2 reductie. En die tevens leidt tot werkgelegenheidsgroei. Bij de uitvoering van het programma wordt de BOM als een belangrijke partner gezien.

De BOM is door de provincie gevraagd om vanuit haar competenties in de komende jaren een belangrijke bijdrage te leveren door te ontwikkelen en te investeren.

Het betreft drie specifieke opgaven:

  • Ontwikkelen van nieuwe (disruptieve) technologieën en applicaties;

  • Het ontwikkelen van initiatieven voor de toepassing van bestaande technologie (mede gericht op toeleiding naar het Energiefonds: “develop to invest”)

  • Het investeren in projecten vanuit het (al bestaande) Energiefonds.

Terzijde zij opgemerkt dat de BOM ook bijdraagt aan CO2 reductie door middel van andere thema’s, naast de in deze notitie beschreven activiteiten. In Appendix 2 benoemen we voornemens om met ontwikkelthema’s op het gebied van fotonica (energiezuinige chips), circulaire economie, circulair food en vergroening van de chemische industrie (suikerverwaarding) flinke stappen te zetten.

Nieuwe energietechnieken

De transitie naar een volledig energieneutrale samenleving vraagt om een disruptieve benadering. Nieuwe technologieën spelen een sleutelrol in de energietransitie. Het doel is om nieuwe energie technieken te ontwikkelen en uit te rollen die zorgen dat de doelstelling van Brabant om in 2050 energie neutraal te zijn (inclusief een energieneutrale industrie) dichterbij komt. In de periode 2017-2020 gaan deze energie technieken leiden tot kansrijke produkt-markt combinaties voor een aantal snel groeiende bedrijven.

De inzet van de BOM in de komende is om:

  • Vanuit lopende programma’s zoals Elektrisch Rijden & Smart Grids en Biobased Economy en vanuit lopende clusterinitiatieven zoals Soliance sterker de opschaling van technologie naar markt te stimuleren

  • Samen met partners in te zetten op het in business arrangementen vertalen van baanbrekende nieuwe technologische ontwikkelingen, die productiviteit en efficiency verbeteren en die besparing opleveren in het gebruik van energie. De initiële focus ligt daarbij op het ontwikkelen van ecosystemen en business clusters rondom ICT & Energie en Energieopslag.

Het gaat in beide gevallen om een samenspel tussen ecosysteem ontwikkeling en bedrijfsontwikkeling.

We beginnen niet bij nul. Met de TU Eindhoven, FOM/Differ, TNO/Holst Center en Soliance heeft Brabant een uitstekende kennisbasis die door (nieuwe) bedrijvigheid kan worden vertaald naar duurzame energieproducten en -diensten – en daar kan de BOM een versnellende rol spelen.

De BOM heeft al een stevig bedrijvennetwerk met bijvoorbeeld circa 70 bedrijven specifiek voor het thema ICT & Energie. Vaak zal bij de toepassing van deze technologieën medewerking nodig zijn van de overheid, bijv. in de sfeer van regelgeving. Daarnaast kan de BOM als neutrale partner een aanjager zijn van de benodigde publiek-private samenwerking.

In de komende periode wil de BOM op het gebied van nieuwe technologie (1) technologieën en aanbieders verkennen, (2) onderbouwde keuzes maken, (3) ondernemers oplijnen rondom enkele projecten, (4) demonstratieprojecten aan de gang helpen (5) verdere opschaling ondersteunen onder andere in living labs. Het Cleantech fonds en de koppeling met het Innovatiefonds zijn daarbij krachtige instrumenten die we in de komende periode nog beter willen positioneren. De BOM wil op deze manier een serie voorbeeldprojecten starten met initieel een kleine schaal maar hoge zichtbaarheid die nieuwe energietechnieken een flinke ondersteuning bieden op weg richting markt. Daarnaast zou het goed zijn om voortdurend nieuwe baanbrekende technologieën te verkennen en te vertalen in scenario’s.

Develop to invest

De Provincie en de BOM zien de noodzaak om tot extra projectontwikkelingscapaciteit te komen. Veel partijen willen werken aan de energietransitie, maar hebben niet voldoende kennis om tot goede en financierbare projecten te komen of de individuele projecten zijn te klein. Er wordt binnen de BOM een "develop to invest" functie ingericht om in een eerder stadium betrokken te zijn bij projectontwikkeling gebaseerd op bestaande technologie. Met deze nieuwe functie wil de BOM zodanig bijdragen dat projecten of bundelingen van projecten investeringsrijp gemaakt worden De insteek is dat de projecten voor Energiefonds Brabant (EFB) financierbaar worden, hoewel het niet noodzakelijk is dat de financiering uiteindelijk uit EFB komt. De meest kansrijke gebieden voor "develop to invest" worden in het onderstaande kader besproken.

Naast de eigen “develop to invest” activiteiten zal de BOM een rol in de regio vervullen om de projectontwikkelingscapaciteit te versterken. Onder de vlag van de Brabantse Energie Alliantie (BEA) zijn er veel partijen die zich (nu nog te versnipperd) met projectontwikkeling bezighouden. De BOM zal vanuit de “develop to invest” functie, in samenspraak met de provincie, het voortouw nemen om binnen

BEA de projectontwikkelingscapaciteit in Brabant te stroomlijnen en te versterken, door de samenwerking te coördineren tussen de relevante partijen zoals MOED (Midden-Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij voor Energie en Duurzaamheid), REWIN en Brainport. Dit biedt (kleinere) gemeenten vervolgens de mogelijkheid om hierop aan te sluiten en/of mee te financieren en daarmee de pool voor projectontwikkeling te vergroten. Het streven is om te komen tot een pool van 20 ontwikkelaars in Brabant. De pool zal enerzijds aan de slag gaan met projecten van initiatiefnemers uit het veld. Anderzijds zullen vanuit de pool jaarlijks 1 of 2 majeure ontwikkelingen worden opgepakt, waaruit nieuwe projecten kunnen komen. De pool krijgt als opdracht mee om, na een initiële investering van de overheid, zichzelf na enkele jaren in stand te houden. Projecten die succesvol tot financiering leiden moeten voldoende middelen generen om weer nieuwe projecten te kunnen ontwikkelen.

De BOM zal naast de eigen “develop to invest” activiteiten inzetten op:

  • Het ontwikkelen van een pool van 20 fte aan projectontwikkelcapaciteit, in een samenwerking met relevante partijen in Brabant. De BOM voert hier onder de vlag van de Brabantse Energie Alliantie (BEA) de coördinatie.

  • De structuur van de pool zal na de initiële investering vanuit de overheden (waaronder de provincie) in drie jaar groeien naar een systeem dat zichzelf in stand houdt en daarmee duurzame structuurversterking geeft.

  • De pool is aanspreekpunt voor heel Brabant en betrokken bij minimaal 100 projecten per jaar.

  • De pool zal 1 a 2 majeure ontwikkelingen per jaar oppakken. Recente voorbeelden waarin dit separaat is georganiseerd is oa energielandschap A16 of aanpak hagelschadegebied Someren.

Kader: "Develop to invest" kansen

  • Wind: het uitgangspunt van provincie en gemeente is dat burgerparticipatie wenselijk is om de maatschappelijke acceptatie van windprojecten te bevorderen. De "develop to invest" functie kan dergelijke (coöperatieve) burgerinitiatieven ondersteunen met ontwikkelingskennis gericht op het financierbaar maken van deze projecten. Het gaat dan om het leveren van professioneel projectmanagement gedurende het ontwikkelingstraject en het structureren van de projecten in nauwe samenwerking met de betreffende coöperatie.

  • Energiebesparing in de gebouwde omgeving: er ligt een grote opgave m.b.t. het grootschalig verduurzamen van bestaand onroerend goed (renovatie). Energiefonds Brabant heeft al een aantal partnerships opgezet die een totaalpakket aan besparingsmaatregelen kunnen realiseren en financieren (Ovvia, Dubo Techniek, Volgroen). Voor opschaling moeten de eigenaren en gebruikers de uiteindelijke opdracht geven door het tekenen van een leasecontract. Zij moeten worden overtuigd van het nut van de besparing en geholpen bij de structurering. Een ‘accountmanager’ kan structureel de eigenaren en gebruikers van vastgoed afgaan om te helpen bij het ‘bundelen van de vraag’.

  • Zon: voor solar pv projecten zijn er twee kansen: bundeling van kleinschalige projecten en het ontwikkelen van grootschalige projecten. Voor de ontwikkeling van grootschalige projecten kan de ‘develop to invest’ functie eenzelfde rol vervullen als voor wind: het ondersteunen van lokale initiatieven met professionele ontwikkelingskennis. Voor kleinschalige solar pv projecten geldt hetzelfde als voor energiebesparing in de gebouwde omgeving: een accountmanagers functie die structureel de eigenaren en gebruikers van vastgoed afgaat om te helpen bij het bundelen van de vraag. Deze accountmanager richt zich dus bij dezelfde doelgroep op zowel besparingsmogelijkheden als op kansen voor solar pv. Ook hier zullen waar mogelijk de bestaande partnerships in stelling worden gebracht. Overigens leveren zowel Ovvia als Dubo techniek al een combinatie van besparing en opwekking middels solar pv.

  • Restwarmte/warmtenetten: de ervaring van de afgelopen jaren leert dat ondanks technisch goede kansen, restwarmte nauwelijks komt tot financierbare cases. Zowel afnemers als aanbieders van restwarmte zijn niet bereid langetermijncontracten af te sluiten. Economisch haalbare projecten vragen daarom vooral een oplossing voor het realiseren van een haalbare contractuele structuur tussen afnemer, gebruiker en de eigenaar van infrastructuur. In plaats van per project, zou dit moeten worden opgepakt voor een heel gebied, waar een energieleverancier zorgt voor afname en levering van warmte en de eigenaar van de infrastructuur deze tegen betaling ter beschikking stelt. De "develop to invest" functie richt zicht op het realiseren van een passend businessmodel inclusief contractuele structuur.

Energiefonds Brabant (EFB)

In 2014 is het Energiefonds Brabant opgezet. Het fonds stelt kapitaal, specialistische kennis en ervaring ("smart capital") ter beschikking om duurzame projecten tot stand te brengen. In ruil daarvoor verlangt het fonds een marktconform rendement, zodat sprake is van een efficiënte besteding van gemeenschapsgeld.

Het fonds richt zich de komende jaren op (1) grootschalige projecten met grote impact (zoals windparken of geothermie) of (2) kleinschalige projecten die zijn te standaardiseren en te bundelen (zoals zonnepanelen op sociale huurwoningen of LED verlichting voor MKB-bedrijven). Potentiële partners zijn professionele ontwikkelaars en beheerders van grootschalige projecten of partijen die een kopieerbaar concept in de markt kunnen zetten, ontwikkelen en beheren. Met het zelfstandige marketing- en communicatieplan werft de BOM proactief partners vanuit de kerncompetenties smart capital, specialistisch maatwerk, sterk netwerk en betrouwbaarheid.

Het energiefonds heeft een voortvarende start gemaakt en functioneert goed. De BOM beheert het fonds tot het volgende evaluatiemoment in 2017 met de vastgestelde doelen:

  • Na de opstartperiode (2014 en 2015) sluit het fonds 6 transacties en investeert € 9 miljoen per jaar

  • De investeringen kennen een financieringsmultiplier van minimaal 4

  • De projecten waarin EFB in het betreffende jaar heeft geïnvesteerd leveren een totale cumulatieve reductie van minimaal 144.000 ton CO2 over de levensduur van deze projecten

  • Het fonds is nominaal revolverend – dat houdt in dat de verwachtte eindwaarde van het Fonds minimaal gelijk moet zijn aan € 60 miljoen

  • Het fonds investeert enkel in bewezen technologie, met een goede spreiding over de technologieën en projecten

  • Minimaal 10% van de transacties betreft investeringen in (portfolio’s van) kleinschalige projecten.